De (nieuwe) wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening Wgs.

Per 1 juli 2012 is de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening in werking getreden.

Met deze wet zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de hulp bij schulden van hun burgers. Veel gemeenten hebben deze nieuwe wet aangegrepen om een beleidsmatige heroverweging te maken over schuldhulpverlening en de achterliggende problematiek. Bij het maken van beleidskeuzes spelen dezelfde twee aspecten, die het onderscheid tussen schuldhulpverlening en schulddienstverlening kenmerken, een belangrijke rol. Gemeenten hebben de voorkeur om de schuldenproblematiek zo effectief mogelijk aan te pakken. 
Dit betekent voorkomen van schulden in het algemeen, het voorkomen van recidive en daarmee het oplossen van het probleem dat aan de schulden ten grondslag ligt. Veel gemeenten hebben de schuldhulpverlening uitbesteed. Hierbij was de uitvoering vaak gericht op het puur financieel-technische aspect. Daarnaast werden veel klanten onder budgetbeheer gebracht. Een activiteit die ook alleen technisch werd ingestoken, waardoor een groot deel van deze klanten vaak jarenlang onder budgetbeheer zaten.
Steeds meer gemeenten zijn zich aan het bezinnen op hun huidige beleid en uitvoeringspraktijk en nemen sinds de recente wetswijziging (delen van) de schuldhulpverlening in eigen hand. Hierbij maken zij de afweging of zij beleidsmatig de integrale schuldhulpverlening willen gaan uitvoeren, waarbij de financiele zelfredzaamheid moet worden bevorderd en de oorzaak van de schulden moet worden opgelost. Vanuit deze integrale benadering spelen meerdere partijen een rol, die allen op hun eigen terrein de dienstverlening bieden. Voorbeelden hiervan zijn de maatschappelijk werkers, verslavingsverzorgers en budgetadviseurs. 

Waarom is de oude Wgs Per 01-01-2021 gewijzigd ?

  1. Betere ontsluiting van persoonsgegevens als middel om schuldhulpverlening effectiever te maken; Voor schuldhulpverlening is veel informatie nodig over de (financiële) situatie van de inwoner. 
  2. Vroegsignalering als wettelijke taak verankeren in de wet en gegevensuitwisseling tussen woningverhuurder en de gemeente, met als doel vroegsignalering, mogelijk maken. 

Daarnaast wordt de toegang van zelfstandigen (Zzp) tot de schuldhulpverlening verduidelijkt. 

Wat is er gewijzigd ?

De oude Wgs gaat ervan uit dat inwoners zelf informatie aanleveren, zodat de gemeente hier vervolgens een plan van aanpak voor schuldhulpverlening mee kan maken. Deze inlichtingenplicht, zoals verankerd in artikel 6 Wgs, werkt vertragend en leidt tot langere wacht- en doorlooptijden. Om die reden is in de wijziging opgenomen dat schuldhulpverleners eenvoudig zelf digitale informatiebronnen kunnen raadplegen, zoals bijvoorbeeld gegevens over schulden, salaris en andere inkomsten. Daarnaast komt er een ‘Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening’ waarin signalen beschreven worden op basis waarvan schuldhulpverleners uit eigen beweging een intakegesprek moeten aanbieden aan inwoners met schulden.

Wat is er nog meer gewijzigd ?

Op 1 januari 2021 treedt ook het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening in werking. In dit Besluit worden de signalen aangewezen, die aanleiding zijn voor een college om uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden. De gewijzigde Wgs raakt ook de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). In het plan van aanpak Wgs (artikel 4a) moet de gemeente ook de berekening van de toegepaste BVV opnemen.

Waarom wordt vroegsignalering expliciet als taak van gemeenten opgenomen? Gemeenten deden dit toch al?

In de huidige Wgs is vroegsignalering niet expliciet als taak opgenomen. Hierdoor ontstaat spanning met de Algemene Verordening Gegevensbescherming wanneer schuldhulpverleners persoonsgegevens willen gebruiken die zij van schuldeisers ontvangen. Deze juridische onzekerheid is een belemmering voor gemeenten om te investeren in of het opschalen van vroegsignalering. Dit is een onwenselijke situatie, omdat uit de praktijkervaringen blijkt dat contact met inwoners met schulden in een vroeg stadium positief uitwerkt. Door vroegsignalering expliciet als wettelijke taak op te nemen, wordt de spanning met de AVG weggenomen. Zo ontstaat voor gemeenten de wettelijke grondslag voor het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens voor dit doel en kunnen gemeenten uit eigen beweging hulp aanbieden. 

Welke signalen mogen gemeenten ontvangen?

In het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening en in de Memorie van toelichting Wgs (hierna: het Besluit) zijn zes signalen aangewezen, die het college mag ontvangen om uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden:

  1. Achterstand betalen huur;
  2. Achterstand betalen drinkwater;
  3. Achterstand betalen zorgverzekering;
  4. Achterstand betalen elektra;
  5. Achterstand betalen gas;
  6. Achterstand betalen warmte.

Het door kunnen geven van huurachterstanden is aan te merken als een nieuw signaal. De andere aangewezen gegevens sluiten aan op de bestaande regelingen voor energie, water en zorgverzekering. 

Regelmatig wordt de vraag gesteld of e-mailadressen en telefoonnummers mogen worden meegeleverd vanuit de vaste lasten partijen die vroegsignalen afgeven aan gemeenten. In het Bgs en de diverse Regelingen die de grondslag geven voor schuldeisers om de gegevens te verstrekken, wordt gesproken over contactgegevens. Dit kan – mits bekend – breder zijn dan alleen NAW gegevens. Schuldeisers die vroegsignalen mogen afgeven kunnen dus ook telefoonnummers en emailadressen verstrekken indien deze bekend zijn.

Voordat een vroegsignaal naar de gemeente kan worden verstuurd dient de crediteur:

  • ten minste één schriftelijke betalingsherinnering te verstuurd te hebben; 
  • zich te hebben ingespannen om in persoonlijk contact treden met de klant (telefonisch, aan de deur of aan de balie), en 
  • de klant met betalingsachterstanden de weg naar gemeentelijke schuld-hulpverlening te hebben gewezen en aangeboden de gegevens aan de gemeente door te geven.

Als de sociale incasso onvoldoende oplevert of het niet lukt contact te krijgen met de klant/huurder, dan geeft de crediteur de contactgegevens van de inwoner, alsmede de hoogte van de achterstand door aan de gemeenten. Signalen die onjuist of niet-actueel zijn of waaraan niet de sociale incassostappen vooraf zijn gegaan, hadden niet vertrekt mogen worden aan de gemeente. De gemeente hoeft deze signalen niet op te volgen. De signalen die niet voldoen dienen teruggestuurd naar de desbetreffende crediteur. Indien een crediteur vroegsignalen stuurt die niet voldoen aan de vereiste kwaliteit, dan is het wel nodig met deze crediteur in gesprek te gaan. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om elk ontvangen signaal op te volgen. Dit betekent dat de gemeente actief contact moet zoeken met de inwoner om een aanbod voor schuldhulpverlening te doen. Het staat de gemeente vrij om de manier te bepalen waarop contact wordt gezocht. 

Mag aan de schuldeisers teruggekoppeld worden wat er met het signaal is gebeurd?  
Wanneer de inwoner het hulpaanbod van de gemeente accepteert, krijgen schuldeisers een terugmelding en worden zij betrokken bij het vervolg. Het hulpaanbod kan bijvoorbeeld een advies zijn, hulp bij het treffen van betalingsregelingen (quick fix) of een schuldhulpverleningstraject zijn. Indien een vroegsignaal niet tot een hulpaanbod leidt ontvangt de schuldeiser geen terugkoppeling. In de huidige praktijk krijgen signaalpartners nog wel een reactie terug. Op basis van artikel 17 van het Besluit, en de toelichting op dit artikel, is dit niet meer toegestaan als de inwoner het hulpaanbod niet heeft geaccepteerd.